juni 26, 2022

Buffalo Zone

Real Buffalo Fanatics

Belangrijke spelers bij de Buffalo’s

Toen K.A.A. Gent nog stijlrijk A.R.A. La Gantoise heette, speelde in 1954 de 18-jarige Richard De Naeyer (geboren op 2 oktober 1936) bij de Buffalo’s. Vier jaar later werd hij in de eerste ploeg gedropt en hij zou de blauw-witte kleuren verdedigen tot 1969 om daarna nog twee seizoenen lang zijn carrière af te bouwen bij buur Racing Gent.

Richard speelde linksachter in een team dat nog het WM-systeem hanteerde Dat systeem acteerde met naast de doelman met drie verdedigers, twee middenvelders en vijf aanvallers. De ploeg zag er toen als volgt uit: in de goal Armand ‘Mance’ Seghers, achteraan Antoine De Vreese, Roland Martens en Richard De Naeyer. In het midden Norbert Delmulle en Norbert Van Huffel. Vooraan speelden Eric Lambert, Maurice Willems, André Van Herpe, Leon Mokuna en Richard Orlans.

Wat later kwam de generatie Robert Mahieu – Lucien Ghellinck – Eric Delmulle aan bod. Hij trad ook aan in het nationaal militair elftal aan de zijde van o.m. “Lorenzo” Verbiest en Flup Van Wilder, Lucien Spronck en Victor Wegria met wie hij een leuke periode beleefde. Deze man speelde inderdaad bij Gent toen de club de eerste maal de Belgische beker won, maar de dag voor de finale overleed zijn moeder en werd hij niet opgesteld.

De veelvoudig international Richard Orlans maakte bij de ‘Gantoise’ veel ophef als een pijlsnelle rechtsbuiten. Later beleefde hij Europese successen bij Sporting Anderlecht.

Als we spreken over een kleine, vinnige, goed koppende en technisch begaafde rechtsbuiten denken we aan Eric Delmulle. Een andere speersnelle rechtsbuiten was Urbain Seghers die tevens heel wat goals scoorde. Zijn vast partner op links was James Storme die ook zeer snel kon lopen en de meest onmogelijke doelpunten maakte. Antoine De Vreese vormde met Richard De Naeyer een geducht defensief duo en speelde later met Eric Lambert bij Waregem. SVArmand Seghers zal de geschiedenis in gaan als de doelman met de pet. Een pet die hij in de duels vaak verloor, maar de bal zat meestal klemvast in zijn handen. ‘Mance’ werd internationaal bekend als de ‘held van Colombes’ en verdedigde tot zijn veertigste het Gentse doel.

Norbert Van Huffel was een tijdgenoot van Armand Seghers die de nodige werkkracht etaleerde in het toenmalige WM-systeem waar hij op linkerkanthalf fungeerde. Toen de Franse coach Edmond Delfour het vermaarde ‘tourbillon’-systeem in Gent lanceerde, was Norbert een belangrijke schakel voor het Gentse elftal.

Karakterspeler Robert Mahieu voetbalde vol inzet en met fameuze slidings van ’54 tot ’76 op het middenveld.

Maurice Willems was de ‘rosse’ bombardier die onbevreesd zijn kans ging en ooit met 35 treffers nationaal topscoorder werd. Naast hem stond Leon Mokuna in de spits. Deze Zaïrese parel – hij was de eerste zwarte voetballer in de Belgische competitie – had een moordende trap en kreeg van het publiek de bijnaam ‘Trouet’.

Eén van de meest onderschatte voetballers die ooit in het Ottenstadion speelde, was Eric Lambert. Deze West-Vlaming had een sublieme pass, een fantastische traptechniek en kon de bal genadeloos hard naar het doel schoppen.

Vrijschopspecialist Lucien Ghellinck was een fijnbesnaarde middenvelder die  op het einde van zijn carrière als libero fungeerde. Hij speelde in diverse nationale teams en is momenteel aan K.A.A. Gent verbonden als vertrouwenspersoon voor de buitenlandse spelers. Een andere oud-speler is ook nog altijd actief in de club, nl: Gilbert De Groote.

Ondanks de aanwezigheid van deze talenten, kende de club ook een aantal minder leuke momenten zoals een degradatie naar de tweede afdeling (1967), maar het daaropvolgende seizoen waren de Buffalo’s heer en meester en kwamen ze als kampioen terug naar de eerste klasse, met spelers als Zdravko Brkljacic, Bitzi Konter, Moïse Dos Santos, Hennie Van Nee en Louis Christiaens. Twee seizoenen later zorgde men zelfs voor een stunt door bij het ongenaakbare Anderlecht te gaan winnen nadat een 2-0 bij rust werd weggespeeld tot een 2-3 einduitslag.

In het seizoen 1969-1970 speelde K.A.A. Gent onder de leiding van de Fransman Jules Van Dooren in eerste divisie en zou het met klasbakken als de Joegoslavische doelman Zdravko Brkljacic, de Luxemburgers ‘Bitzi’ Konter en Johnny Leonard, sluwe vos Jef Jurion, de Tsjech Vacenovsky en de Hongaarse balgoochelaar Istvan Sztani een eervolle derde plaats afdwingen. Ook de Braziliaanse sneltrein Moïse Dos Santos en Norbert Deviaene droegen hun steentje bij tot dit succes. Maar het jaar nadien werden de oudjes niet vervangen en degradeerden de Buffalo’s naar de tweede klasse. Men waagde in 1972 de gok door Sztani als trainer aan te duiden. Een totale miskleun bleek achteraf. Spelers als Peeters, Schmidt, Banovic en Boenders werden met veel verwachtingen naar Gent gehaald, maar konden de ambities niet waarmaken. Daarna werd Theo Laseroms – bijgenaamd ‘de tank’ – aangetrokken, maar hoewel de man daarvoor altijd voorstopper was, werd hij nu als spelverdeler uitgespeeld. Serge Grün (broer van Georges) en de Braziliaan Francisco Bene bleken wel geslaagde aankopen.

Helaas, in het seizoen 1973-1974 liep het helemaal goed mis. Eén van de zwartste bladzijden uit de Gentse historie werden toen neergeschreven. Noch de aangeworven coach Omer Van Boxelaer, noch spelers als Bram Van Kerkhof, Henk Van Ingen, René van Breevoort konden voorkomen dat Gent – zelfs met een reglementair handigheidje voor de profclubs – naar de derde afdeling zakte. Gelukkig duurde de ‘schande’ slechts één seizoen want de coach Richard Orlans zag zijn sterke selectie met spelers als Hoogeveen, Beelen, Verdickt, Baudewijn en Ferreira tijdens een historische match op Zele kampioen spelen.

Met libero Miftal Bakkali en de totaal tegenvallende spitsen De Cock en Vloebergs verijdelden de Buffalo’s in 1975-1976 op het nippertje een nieuwe degradatie. In het volgende seizoen nam Albert De Meester de leiding over en deze man stelde op advies van James Storme een nieuwe coach aan: Freddy Qvick. Op diens verlanglijstje prijkten slechts de namen van Schönberger, Nickel en Desteur, maar de betonbaron trok negen nieuwe mensen aan. Zowel Luc Sanders, de Joegoslaag Ivkovic, Yves Van Herp, Stroybant, Heerwegh, Lambrechts en Tempere mislukten. Enkel Roger Coenije en Henk Heijt mochten op een geslaagd seizoen terugblikken.

Als sportieve baas stelde men in 1977 de Roemeen Norberto Höffling aan, een oude rot in het vak. Op zijn aanraden kocht men doelman Helmut Brösch, Filip Benoot, de Braziliaan Giba, Christian Daffe, de Hongaar Varga en de Brit John Tudor. De laatste twee waren vooral veel te zien bij de medische staf. Gent behaalde de eindronde maar werd al zeer snel uitgeschakeld.

De trouwe bezoekers verwelkomden in 1978 de zoveelste nieuwe trainer: Leon Nollet. In zijn kielzog volgden Jaak Dreesen, Aad Koudijzer, Erwin Van Den Daele, Mohammed Maarouf en Udo Klohs. De blauw-witten behaalden opnieuw de eindronde en konden thuis tegen SC Hasselt de promotie naar eerste realiseren als het won tegen de Limburgers. Het bleef evenwel 0-0 na een memorabele partij met twee Limburgse uitsluitingen. In de terugmatch kreeg Hasselt een licht toegekende strafschop en waren het de Limburgers die promoveerden.

Erwin Van Den Daele was een grote voetballer die zijn hoogdagen als middenvelder beleefde bij Club Brugge. Als libero speelde hij bij Anderlecht en Stade Reims. Als intelligente en technisch sterk spelende libero was hij een belangrijke pion in het Gentse team dat de kampioenschapstitel in de tweede klasse mocht vieren.

Eindelijk was het raak in 1979-1980. Met André Laurijssen, Guy Hanssens, Frank Nollet, Bibi Hinderyckx, Frankie Van haeke en André Raes werden goede transfers gedaan. De klasse en routine van Erwin Van Den Daele en Aad Koudijzer maakten het verschil. Na een fel en bij momenten bitsig duel met KV Kortrijk (in Kortrijk wonnen we met 1-2 na een woelige partij) trok K.A.A. Gent terug naar de hoogste voetbalafdeling.

Sluwe vos Aad Koudijzer was de boomlange spits die zowel met de voeten als met het hoofd vaak scoorde en na de promotie naar de eerste afdeling de smaakmaker van het Gentse publiek werd.

Na Koudijzer werd doelman André Laurijssen kapitein en door zijn goede reflexen op de lijn en zijn grote ervaring was hij een rustbrenger in het team.

Dribbelwonder Eric Viscaal had zo’n typische beweging in huis waarmee hij de tegenstander beet nam. Verder bleek hij niet alleen als penaltytrapper over grote kwaliteiten te beschikken, ook als doelman bewees hij zijn klasse.

Erwin Van Den Bergh was de voorlaatste Gentse topschutter. Nadat deze spits het mooie weer maakte bij Lierse, Anderlecht en Rijsel kwam hij in zijn nadagen het Gentse publiek plezieren met een karrevracht mooie goals.

Een andere goalgetter was de bij Anderlecht ‘gebuisde’ Noor Ole-Martin Aarst. Onder de leiding van coach Sollied die met een leger nobele onbekenden een goede formatie op de been bracht, werd Aarst dank zij de goede bevoorrading vanop de flanken door Nielsen en Schepens of via het centrum door Joly samen met counterspits Tony Brogno van Westerlo Belgisch topschutter.

Egyptenaar Ahmed ‘Mido’ Hossam speelde onbevreesd alle verdedigingen aan flarden. Zowel z’n techniek als z’n kopbalsterkte waren fenomenaal. Samen met Mido was Eric Joly de publiekslieveling. De Franse middenvelder koppelde werkkracht aan een verfijnde traptechniek, maar een dispuut met het bestuur deed hem veel te vroeg de Arteveldestad verlaten.

De opvolger van Mido werd Alexandros Kaklamanos. De stoere spits uit Rhodos werd eerst te licht bevonden door de technische staf, maar uit pure noodzaak kreeg hij alsnog een tweede kans en die greep hij met beide handen. Kaklamanos werd “Mister 50%” van de Buffalo’s en de grote lieveling van het Gentse publiek.

Het was dan een poosje wachten maar een nieuw supertalent diende zich aan in de persoon van Mbark Boussoufa. De jongeling had zijn jeugdopleiding bij Ajax Amsterdam genoten en was vervolgens op avontuur getrokken naar Chelsea FC. In een mum van tijd ontpopte de jonge speler zich tot een echte smaakmaker. Het leverde hem op het einde van het seizoen ’05-’06 een aantal mooie prijzen en een transfer naar RSC Anderlecht op.

Wie ook een nieuwe stap kan gezet hebben naar een gevulde prijzenkast is Bryan Ruiz die het aanvankelijk niet makkelijk had om zich bij de Buffalo’s door te zetten tijdens het bewind van Georges Leekens. Pas onder de leiding van Trond Sollied lukte het Ruiz wel om de supportersharten te winnen. De talentrijke speler verhuisde – als tussenstop in de route naar een grote club – in de vakantie van 2009 naar FC Twente.

Copyright © All rights reserved. | Newsphere by AF themes.