juni 26, 2022

Buffalo Zone

Real Buffalo Fanatics

Een stukje clubgeschiedenis

Société Gymnastique la Gantoise

Het Gentse voetbal vond zijn ontstaan in het atletiekmilieu. Zo was er de Société Gymnastique la Gantoise die op 1 januari 1864 door de Gentenaars G. Descamps en Karel Marinx werd gesticht. Het doel van deze vereniging was het populair maken van gymnastiek bij de arbeiders die door een gebrek aan vrije tijd en vooral centen ontstoken bleven van deze vorm van ontspanning. Wie lid wou worden van deze vereniging diende jaarlijks 24 frank te betalen. Een modale arbeider verdiende in die periode gemiddeld 16,70 frank per week in de vlas- en katoenindustrie die toen een belangrijke werkgever was van de Gentenaars.

Onder het motto “Hebt vertrouwen in u zelven” koos deze groep jonge mensen blauw en wit als clubkleuren en probeerden ze onder leiding van voorzitter De Krijger en ondervoorzitter Marinx in hun opzet te slagen door het huren van een zaal, het aanstellen van een conciërge en twee trainers, nl. één voor turnen en één voor schermen. Getraind werd aan de Agneessenstraat (Lindelei) in een zaal van 800 m2 waarvan de bodem bestond uit een plankenvloer en zaagsel. Wel waren alle moderne turntoestellen aanwezig.

Op sportief vlak oogstte de club veel onderscheidingen bij deelnames aan de bondsfeesten in de grote Belgische steden van die tijd. De club was ook de grondlegger van de nationale gymnastiekbond die in augustus 1865 te Luik werd opgericht.

Hoewel de organisatie heel wat succes kende, trokken leden weg om nieuwe turnkringen op te richten. Het lukte Marinx toch om in 1881 iedereen weer te verenigen om zo het 25-jarig bestaan te vieren op het Sint-Pietersplein.

Iedere zondag werden openbare cursussen gegeven en hierdoor ontstond vanuit Société Gymnastique la Gantoise de Gymnastische Volksmaatschappij. Aanvankelijk werkten zij samen en stelde Société Gymnastique la Gantoise de zaal en materiaal gratis ter beschikking. Maar zoals vaak ontstond er ruzie en trokken mensen uit de Gymnastische Volksmaatschappij en startten deze mensen met de Club Gymnastique. Ook bij Société Gymnastique la Gantoise kwam er verdeeldheid zodat er in 1874 een afscheuring zich voordeed en een nieuwe club het licht zag: Cercle Gymnastique. Naast deze 4 clubs was er toen ook nog de Turnafdeling der Vrijheidsliefde.

Toch bleef men niet lang op oorlogsvoet leven zodat in 1881 Société Gymnastique la Gantoise en Cercle Gymnastique zich verzoenden. Het vijfentwintig jarig bestaan werd met een immens groot feest gevierd op het Sint-Pietersplein in 1889.

Association Athlétique

Twee jaar later deed zich een nieuwe fusie voor tussen Société Gymnastique la Gantoise en een groepering die nog maar anderhalf jaar bestond, Association Athlétique. Deze laatste groepering was op zijn beurt een samensmelting van “Racing Club” (1884), “Running Club” (1886), “Red Star”, … Door deze fusie op 12 januari 1890 was er niet alleen een schaalvergroting, tevens kwamen nieuwe sporten aan bod: schermen (1900), boksen (1902), worstelen (1902), cricket (1902), zwemmen en waterpolo (1903) tennis, lopen, wielrennen (1891) en heel af en toe kon men voetballen.

Lopen was een nieuwe sport die vanuit Engeland kwam. De lopers waren gekleed als jockeys en droegen een pet met een lange klep terwijl de voorzitters op wedstrijddagen uniformen met gouden tressen aantrokken. Het lopen gebeurde in het Citadelpark te Gent of op het Sint-Denijsplein (Sint-Denijs-Westrem) op een oefenveld dat ooit door Nederlanders werd aangelegd. Later werd het een vliegveld en daarna kwamen er de gebouwen van Flanders Expo.

Association Athlétique la Gantoise

De fusie tussen Société Gymnastique La Gantoise en Association Athlétique vond plaats op 10 september 1991 waardoor de nieuwe vereniging nu door het leven ging als Association Athlétique la Gantoise. Het samengaan werd gevierd met een banket voor 100 genodigden. De nieuwe club kende 200 aangesloten leden en bood plaats voor atletiek, wielrennen, tennis, toestelturnen en voetbal. De turnzaal aan de Lindelei bleef behouden. Het lopen gebeurde dan in de Zoo (Muinkpark te Gent). Als clublokaal werd gekozen voor café Gambrinus in de Vlaanderenstraat.

De nieuwe club oogstte heel wat successen in kampioenschappen binnen de Fédération Belge des Sociétés de Courses à Pied et des Sports Athlétiques maar omdat er moeilijkheden waren qua samenwerking met de belangrijkste atletiekvereniging (Athletic and Running Club Bruxelles) richtte de club op 19 december 1893 samen met nog een aantal andere clubs een nieuwe federatie op: Ligue Pédestre Belge. Deze situatie duurde tot 1896 toen alles weer samensmolt in de Union Belge des Sociétés des Sports Athlétiques dat later zou leiden tot de Union Belge des Sociétés de Football Association.

De pioniers

Pas in 1894 werd georganiseerd voetbal gespeeld door de komst van de club Football Club Gantois dat in het zwart en wit voetbalde. Zij speelden toen op het middenplein van de Gentse velodroom. Deze nieuwe club kreeg volgers en toen Brusselse voetbalpioniers een wedstrijd speelden tegen in België wonende Engelsen ontstond in 1885 uit de schoot van atletiekclub Sport Pédestre de Gand een nieuwe voetbalclub: Union Pédestre de Gand. Nog twee jaar later, in maart 1887, werd Athlétic Club Gantois opgericht. Deze ploeg bestond uit vooral Engelse studenten en een kapitein die tevens voorzitter was, Gustave Deraeve. Union Pédestre de Gand hield het niet lang vol en op 1 januari 1899 speelde het de laatste partij tegen FC Brugeois. Athlétic Club Gantois deed het beter. Zij speelden te St.-Amandsberg (nabij Lourdes) en nodigden prestigeclubs uit naar Gent voor wedstrijden. Deze successen hielden de club niet tegen om samen met Union Pédestre de Gand en Football Club Gantois samen te smelten tot Racing Club Gantois op 1 april 1899.

“La Gantoise” richt een voetbalsectie op

Het is wachten tot november 1900 om bij La Gantoise een voetbalsectie te zien oprichten. Dit werd maar gedaan als tegenoffensief voor het teruglopend ledenbestand. Enkel leerlingen van het College van Melle (o.a. Hector Priem) bestudeerden tijdens hun pauzes het voetbalreglement en stonden zo aan de wieg van onze voetbalclub. Hector Priem ontmoette in september Alfred Vercoutere en Auguste Van de Kerckhove, beiden lid van AAG en vertelde over zijn droom om een voetbalclub op te richten. Het vinden van leden was geen probleem, het vinden van een geschikt veld was moeilijker maar uiteindelijk mocht men tegen de bal trappen op het Carpentierplein (tussen de Kortrijksesteenweg, de Clementinalaan, de Oostendestraat en de Astridlaan) terwijl het omkleden kon gebeuren in café “La Demi-Lune”.

Eens lid geworden van AAG dienden de gekozen kleuren (zwart en wit) te veranderen in blauw en wit. Op 31 oktober 1900 werd de afdeling “voetbal” officieel toegelaten tot de club. Eén dag later had de eerste training plaats onder leiding van kapitein/voorzitter Hector Priem. De eerste aangeslotenen waren Hector Priem, Maurice Vandernoot, Armand Vandernoot, Alfred Vercoutere, Auguste Van de Kerckhove, Maurice Gelein, Georges Zeyen, Gaston Denis, Joseph Verstraete, Marcel Kinsoen, Alfred Minne, Fernand Van Steenkiste, Degand, Guillaume De Vos en Raymond De Vos. De eerste scholier was Charles De Meulenaere die op 2 januari 1902 toetrad.

De eerste wedstrijd vond plaats op 15 november 1900 op het Carpentierplein waar verloren werd (0-2) van Omnium Sporting Club. Twee weken later werd tijdens de terugwedstrijd de eerste overwinning geboekt in de clubgeschiedenis (0-2).

De eerste derby tegen de Ratten

Een leuke anekdote is de onmiddellijke uitdaging die Racing Club Gantois stuurde naar de nieuwe voetbalploeg. Het tweede elftal van Racing Club Gantois wou La Gantoise partij geven, maar La Gantoise voelde niets voor een wedstrijd tegen het tweede elftal en wou het eerste elftal als opponent. Racing Club Gantois stemde in en de eerste derby werd gespeeld in januari 1901. Het werd een partij die de basis legde voor een jarenlange rivaliteit want het sterke Racing Club Gantois nam de maat van La Gantoise met 10-0. Bij La Gantoise was de ontgoocheling zo groot dat zelfs even gesproken werd over het opdoeken van de voetbalploeg. Racing Gent (nu Gent Zeehaven) en niet La Gantoise – dat nu K.A.A. Gent is – is dus de oudste Gentse club. Tot 1935 was Racing Gent de beste ploeg in Gent.

Aansluiting bij de UBSSA

Op 31 januari 1901 vroeg de club samen met twee Brugse clubs tot het instellen van een kampioenschap der Vlaanderen. De club startte in de derde afdeling en mocht in Oostende tegen Leopold Club Oostende de eerste officiële wedstrijd spelen die met 7-1. De eerste officiële thuiswedstrijd werd afgewerkt tegen FC Kortrijk.

In het seizoen 1902-1903 werd al in de tweede afdeling gespeeld. Een ploeg junioren werd ingeschreven in het kampioenschap der Vlaanderen dat trouwens werd gewonnen met jonge aanwinsten als Charles De Meulenaere, Joseph De Breuck, Edgard Saey, Raymond Saey en Guy Limon om maar een paar spelers te noemen. Sommigen van die spelers werden zeer bepalend voor de clubs, soms als speler, soms als dirigent.

Voetbal zonder arbiters is niet mogelijk en van onze club deden acht mensen mee aan het scheidsrechterexamen dat werd ingericht door het Comité der Vlaanderen. Enkel Hector Priem kwam geslaagd uit het examen.

Oprichting van een voetbalcomité

H. Priem, G. Deny, M. Vandernoot, R. De Vos en A. Van de Kerckhove richtten op 7 november 1902 het eerste voetbalcomité op dat slechts een paar weken werkte. In realiteit beslisten de spelers alles zelf. De deelnemers maakten heel wat reclame voor hun sport en zij richtten tevens een universitaire ploeg op. Door het oprichten van heel wat clubs ontstond, onder leiding van Léon Relecom, een Gentse Entente in 1913.

Coupe Ganda

In 1905 schonk Adolphe Dangotte een prachtige beker met de naam Coupe Ganda. Deze trofee was dit inzet van een jaarlijks voetbaltornooi en wie het tornooi driemaal won, werd definitief eigenaar van de beker. FC Brugge slaagde daar in 1908 in.

Verhuis naar de Koning Albertlaan

Na bestuurswissels in 1908, 1912 en 1913  waarbij respectievelijk Adolf Gaeremynck, Hector Priem en Pierre Van Bleyenberghe voorzitter werden, veranderde de club ook van locatie. De wereldtentoonstelling van 1913 vestigde haar burelen op de clubterreinen die stadseigendom waren. Burgemeester Braun hielp de club aan een nieuw onderkomen en dit op een terrein van 2 ha waar dus plaats was voor de aanleg van een voetbalveld, een oefenveld, een looppiste, zes tenniscourts met chalet-kleedkamers en een prachtige tribune. Dit sportterrein was gelegen tussen de Leie en de Koning Albertlaan.

Voor het eerst in de eerste afdeling

Op 13 jaar tijd klom de blauw-witte club naar de eerste klasse in 1913. De Wereldtentoonstelling zette Gent op de kaart met sportevenementen (voetbal, tennis en atletiek) die door onze club tot succesvol werden georganiseerd in het nieuwe stadion.

Even een inzinking

Het seizoen 1913 – 1914 was minder succesvol te noemen want door tal van zieken en geblesseerden kon La Gantoise slechts door het winnen (2-0)  van een testmatch tegen Standard Luik het behoud in de eerste afdeling veilig stellen. Dit was mede te danken aan de kapitein Fritz Horta die niet alleen een uitstekende speler was, maar eveneens de ziel van de voetbalafdeling was.

De Eerste Wereldoorlog

De club probeerde de in Gent gebleven jongeren samen te houden en ze zo goed mogelijk op te voeden in de geest van “mens sana in corpero sano”. Men speelde nog enkel het kampioenschap van Gent en werkte men aan de opleiding van spelers als Soudeyns, Vandeputte, Lagaesse, Boedrie en Duchene. Dirigenten waren toen Romain Cornelis en Maurice Van Parijs.

Verhuizen naar Gentbrugge en een sportieve terugval

Het was in 1920 dat te Gentbrugge het nieuwe stadion werd gebouwd. Dit stadion kreeg de naam Jules Otten, een pionier van de Gentse club. Toch viel Gent terug naar tweede klasse en wel bepaald eind de jaren twintig. In 1924 was er nieuwe testwedstrijd, deze keer tegen Racing Mechelen, die winnend werd afgesloten met 6 tegen 0. Het seizoen 1928 – 1928 eindigde dramatisch: voorlaatste en dus afdalen naar de tweede afdeling.

Die duistere jaren betekende niet dat er geen talenten meer openbloeiden: Boesman, Celie, Despae, Lagaesse, Reuse, … Eddy Celie was één van de beste Belgische doelmannen ooit. Georges Despae was een forse aanvaller en Guust Boesman was jarenlang Rode Duivel en door kranten vaak uitgeroepen tot beste speler van de wereld.

Omdat onze club mee aan de wieg stond van de oprichting van de Union Belge des Sociétés des Sports Athlétiques (UBSSA) werd aan de Association Athlétique La Gantoise in 1926 het stamnummer 7 toegekend en dit tot groot ongenoegen van onze buur, Racing Gent ,die zich als oudste Gentse club onheus behandeld voelde.

De terugkeer naar de hoogste afdeling

Vanaf 1930 gaat het sportief terug wat beter met de club. De jongeren zorgden er voor dat ze terug meedraaien aan de top van de tweede afdeling. En op het einde van het seizoen 1935 – 1936 volgde de bekroning: de terugkeer naar de hoogste afdeling met de spelers Van Brussel, Diaz, de gebroeders Van Overmeiren, Verselder, Van Renterghem, Hebbelinck, Maertens, De Reuse, Chaves en Bosmans.

Een goede verstandhouding tussen dirigenten en spelers lag aan de basis van dit succes. Adrien Stassaert was toen een trotse voorzitter die op heel wat applaus kon rekenen van de talrijke supporters. Honoré Martens en Freddy Chaves werden Rode Duivel.

Tweede Wereldoorlog

De oorlogsjaren kwamen terug het verloop van competitievoetbal verstoren. Naar het einde van de veertiger jaren kende Gent terug een nieuwe lichting uitstekende jongeren. De scholierenploeg wint het Belgisch kampioenschap. Een aantal van die jongens en uitstekende versterkingen vormden samen een sterke groep.

15 succesvolle seizoenen

Maar liefst 15 jaar spelen we in de voorste gelederen van de competitie en streden we een paar maal mee voor de titel. Hier waren de Franse trainers Delfour en Van Dooren voor verantwoordelijk. Zo eindigde Gent tussen 1953 en 1958 viermaal bij de eerste drie. Een ander belangrijk wapenfeit was de reeks van 25 wedstrijden zonder nederlaag en we wonnen zo de Pappaertbeker. Belangrijke spelers uit die tijd waren Freddy Chaves, ‘Mance’ Seghers, Willems, Van Huffel, Orlans, Van Herpe, De Coster, de broers Delmulle, Mokuna, Storme, Lambert, Perot, Berloo, Schoonjans, …

De Buffalo’s verloren in 1954 de beslissende wedstrijd voor het kampioenschap tegen RSC Anderlecht en dit op een bevroren veld omdat onze spelers niet over geschikte schoenen beschikten. De laatste hoop verdween nadat La Gantoise op het veld van Olympic Charleroi verloor. Als (onterechte) zondebok werd Freddy Chaves met de vinger gewezen. Hij zou onder zijn niveau gespeeld hebben en vertrok met ruzie met clubdirigenten, trainer en supporters naar Waregem.

Zelfs toen een terugval dreigde na het vertrek van Chaves naar Waregem konden spelers als Urbain Segers, Lucien Ghellynck, Robert Mahieu, Roger De Baets, Richard De Naeyer en Gouden schoen ’58 Roland Storme de ploeg opnieuw op sleeptouw nemen. Na een bezoek van selectie uit Leopoldstad aan ons land in 1957  – waarbij de Kongolezen onze club versloegen met 3-4 – kwam Leon Mokuna de club versterken. Gedurende de drie seizoenen dat hij bij ons actief was scoorde hij 20, 17 en 19 doelpunten.

Eerste trofee voor La Gantoise

De ultieme bekroning kwam in 1964 toen na verlengingen tegen Diest met 4-2 de bekerfinale werd gewonnen. Uitblinker die dag was Eric Lambert met drie Gentse treffers. In datzelfde seizoen speelde Gantoise zijn eerste Europese wedstrijden met een deelname aan Beker der Jaarbeurssteden, later volgde een deelname aan de Beker de Bekerhouders.

De zware terugval van de club

Op competitieniveau was het kommer en kwel voor de Buffalo’s. Het dreef de voorzitter René Hoste tot het uiterste. Hij liet een aantal Joegoslaven naar Gent afzakken: Jerkovic, Vukasovic, Curcic, Muskovic, … maar het zou geen beterschap brengen. In 1967 duikelde Gent terug naar de tweede afdeling nadat het op de voorlaatste plaats eindigde. De hel van de tweede klasse duurde slechts een jaar en in ’70 behoorden ze alweer tot de top drie van België. Die terugkeer was vooral het werk van de Nederlandse spits Hennie Van Nee die 25 maal scoorde.

De voorzitter had een mooie groep samengebracht: foerier Jef Jurion, Hongaar Sztany, Luxemburgers Léonard en Konter, de Tsjech Vacenovsky, Braziliaan Dos Santos, Joegoslaaf Brkljacic en de jongeren Robert Mahieu, Eric Delmulle, Gilbert De Groote, Lucien Ghellinck, Norbert Deviaene). We eindigden derde in het seizoen 1969 – 1970 maar vergaten te verjongen. Het eerste signaal kwam in de Europese wedstrijd tegen Hamburg waar men tegen een zware pandoering aan liep (7-1). Tijdens het seizoen kwam geen kentering en men zakte terug naar de tweede afdeling.

Tien jaar zou het duren om terug op het hoogste niveau te kunnen aantreden en wat erger is: onze club zakte zelfs weg naar de derde afdeling. Namen als Theo Laseroms (ex-Feyenoord) en Serge Grün konden het tij niet keren voor de Buffalo’s. Opmerkelijk was het feit dat behoud in de tweede afdeling voldoende was geweest om het volgende seizoen te kunnen aantreden bij de Belgische elite van de hoogste afdeling. De voetbalbond besliste namelijk dat alle profclubs van de tweede afdeling konden stijgen als ze niet eindigden op de 15de of 16de stek.

Slechts één seizoen duurde het verblijf in de derde afdeling. Onder de deskundige leiding van ex-speler Richard Orlans werd de opmars bewerkstelligd in 1975. Een mix van eigen talenten als Ivan Baudewijn en Albert Van Wassenhove, de Nederlandse inbreng van doelman Teun Hoogeveen, René Van Breevoort en Bram Van Kerkhof zorgden voor dit succes.

Albert De Meester stuwt K.A.A. Gent naar de hoogste afdeling

Gelukkig kon men terug uit dat diepe dal klimmen door de zakenman Albert De Meester die in 1976 de ploeg redde door een smak geld te investeren. Spelers als Erwin Vandendaele en Aad Koudijzer werden aangetrokken. Desondanks liep het niet van een leien dakje: tweemaal werd de promotie net gemist in de eindronde. Maar, in 1980 – na tien jaar wachten – steeg Gent terug naar eerste. De voorzitter vond dit niet voldoende en om zijn ambities te verwezenlijken paste hij alles toe: spelers uitschelden of ze premies toestoppen. Zijn methode blijkt te werken want in 1982 eindigt K.A.A. Gent derde, een jaar later vierde en het gaat opnieuw Europa in.

De tweede beker luidt het begin van een nieuwe terugval in

In 1984 won Gent zijn tweede beker, het versloeg in de finale Standard Luik en dit met spelers als André Laurijssen en Michel De Wolf. Alweer kon het geluk niet blijven duren. Naast de problemen met een lastige rechtzaak i.v.m. zijn bedrijf werd de voorzitter eveneens ziek. Toen hij in ’85 de club verliet eiste hij zelfs een pak geld terug. Norbert Naudts nam de fakkel over bij een club die alsmaar dieper in het rood kwam. K.A.A. Gent sukkelde terug naar tweede met topspelers als Ronny Martens, Eddy Voordeckers, Michel De Wolf en Rene Vandereycken.

René Vandereycken behaalt bijna de landstitel

Nieuwe investeerders werden aanvankelijk niet gevonden want een audit maakte duidelijk dat er een put was van 146 miljoen. Gelukkig kwam er de groep rond Jean Van Milders die de schuldeisers de keuze liet: ofwel meewerken ofwel zijn ze alles kwijt bij een faling. De Buffalo’s stegen onmiddellijk naar eerste klasse en de toenmalige coach René Vandereycken en de voorzitter wilden meer. Spelers als Frank Dauwen, Eric Viscaal, Dirk Medved en Erwin Vandenbergh versterkten de troepen om ei zo na de titel te behalen in 1991. Helaas eindigde de club toch nog als derde. Na de top kwam weer de terugval en toen vertrok René voor Walter Meeuws die nooit het trein op gang kon trekken.

De broeksriem werd aangehaald, jonge talenten werden naar Gent gelokt

Na het vertrek van Walter Meeuws zette Leo Clijsters de verjongingskuur in want Gent had ondertussen nog meer schulden. Clijsters zette prachtig werk neer maar de resultaten werden niet naar waarde geschat en de coach werd bedankt. Johan Boskamp zijn komst leek de grote vernieuwing in te luiden: op het jeugdcomplex zag men  veel jonge talenten aan het werk. De ploeg leek gelanceerd maar een tekort centen gooide roet in het eten en “Bossie” nam zijn koffers.

In de ban van een Noor

Trond Sollied kwam als de grote onbekende binnen, maar zette de ploeg op nooit geziene tijd op rails en behaalde in 1999 een prachtige derde stek wat Europees voetbal betekende. De geldkwestie bracht ook hier een einde aan het sprookje want de club verkocht elk jong talent voor veel geld maar investeerde dat geld in de afbetaling van de schulden. Dit was nodig om stadssteun te krijgen.

Coachen volgen mekaar snel op

Sollied vertrok intussen naar Club Brugge en Henk Houwaert kwam met veel tromgeroffel om met Gent Europese successen te behalen. Helaas, Ajax bleek veel te sterk voor dit door interne conflicten verdeelde Gent. Houwaert werd bedankt en Herman Vermeulen die al sinds Leo Clijsters deel uitmaakt van de Gentse meubelen nam de zware taak op zijn schouders om van K.A.A. Gent terug een leuke voetbalclub te maken.

Ook hij gaf de fakkel door aan Fransman Patrick Remy die het seizoen 2000-2001 afsloot met een gedeelde vierde plaats. Deze plaats gaf recht tot het spelen van intertotovoetbal waarin Gent de halve finale behaalde. Deze halve finale werd gespeeld tegen PSG. De thuiswedstrijd eindigde op een 0-0. In Parijs gingen we de boot in met 7-1. Om de halve finale te bereiken werden eerst Celik Zenitca (uit 1-0, thuis 2-0) en daarna Werder Bremen (uit 2-3, thuis 0-1) uitgeschakeld. Na een seizoen vol spanning eindigde K.A.A. Gent uiteindelijk als vierde en plaatste het zich op die manier opnieuw voor de intertotocompetitie. Trainer Remy werd na tweederde van de competitie, na conflicten met de spelerskern, vervangen door Herman Vermeulen.

Ondertussen was ook de Nederlander Jan Olde Riekerink even aan de macht in de Arteveldestad. Deze coach bewees bij Ajax 2 over heel wat kwaliteiten te beschikken en kreeg nu de kans om dit op het hoogste niveau in de Belgische competitie te doen. Het liep niet zoals gehoopt en een wisselvallig seizoen met de achtste plaats als eindresultaat in mei 2003 stemde niemand tevreden. Uiteindelijk moest voorzitter De Witte de Nederlander bedanken voor bewezen diensten en hem vervangen door het aanstellen van Herman Vermeulen als hoofdcoach nadat het gemor over het matige voetbal te hardnekkig de club beïnvloedde. Ook dat avontuur was geen al te leven beschoren zodat de club besefte dat het tijd was voor een grondige koerswijziging. Georges Leekens werd naar Gent gelokt en hij van onze club nu echt een professionele club maken. Zijn liefde voor K.A.A. Gent liet hij meermaals in de media blijken maar trok naar KSC Lokeren Oost-Vlaanderen. Zo kon K.A.A. Gent terug op zoek naar een trainer en vond die in de persoon van de Trond Sollied die voor één seizoen de Buffalo’s op sleeptouw nam. Zijn tweede hoofdstuk bij de Buffalo’s eindigde met de verloren bekerfinale tegen RSC Anderlecht 2-3 waarna hij richting Nederland trok om bij SC Heerenveen het mooie weer te gaan maken. Wou K.A.A. Gent echt de stap zetten naar een hoger niveau dan had het nood aan een constant beleid en dit zowel op als naast het veld. In die optiek verleidde K.A.A. Gent in 2008 Michel Preud’homme tot het tekenen van een verbintenis voor 3 seizoenen.

2010 wordt een memorabel jaar

Het tweede seizoen onder de leiding van Michel Preud’homme zorgde voor een delirium in het Gentse huishouden want na de playoffs eindigden de Buffalo’s na 55 jaar nog eens als vicekampioen. En één week later wisten Coulibaly, Leye en Grondin te scoren in de gewonnen bekerfinale tegen Cercle Brugge KSV (0-3). Na 26 jaar pakten de Buffalo’s nog eens die felbegeerde trofee.

De opening van een nieuwe voetbaltempel

Jarenlang legde de club met haar partners een lastig parcours af om de Gentse stadiondroom te verwezenlijken maar op 17 juli 2013 was het zover: de Ghelamco Arena opende haar deuren voor het publiek.

Voor het eerst kampioen van België

Sportief liep het twee seizoenen niet zoals het hoorde waardoor we tweemaal vrede moesten nemen met een deelname aan de Play-offs II. Het bestuur greep krachtig in en dat leverde al gauw het gewenste resultaat op. Coach Vanhaezebrouck zette vanaf de eerste training de ganse groep op scherp en zag het team gestaag beter worden. De ambities evolueerden op een verstandige manier mee met die prestaties. De play-offs I werden gehaald en ook het behalen van een Europees ticket was daarin snel verzekerd. Meer zelfs, twee speeldagen voor het einde van het mooie seizoen 2014-2015 kregen de Buffalo’s zicht op het behalen van de landstitel. De concurrenten moesten rekenen op een misstap van onze jongens die op de voorlaatste speeldag met 2-0 wonnen van R Standard de Liège en zo clubgeschiedenis schreven.

Copyright © All rights reserved. | Newsphere by AF themes.